Interview over de nieuwe NEN 1010

Geplaatst op 13-12-2016

De nieuwe NEN 1010 wordt vanaf 1 januari 2017 definitief. Dit betekent veel voor u als installateur, want de 2015 versie is ingrijpend gewijzigd ten aanzien van de NEN 1010:2007 + C1:2008. In het uitgebreide interview tussen Libra en Omega worden al een aantal veranderingen duidelijk. Wilt u meer weten over NEN 1010? Wij bieden samen met Omega een training aan op 19 januari 2017 en 16 februari 2017. Neem contact met ons op voor meer informatie.

 

Moet het zonnepaneel en/of het frame van het zonnepaneel geaard worden?
De zonnepanelen hoeven niet geaard te worden. Alle andere metalen delen in de buurt van de zonnepanelen moeten wel geaard worden. Hiermee worden bijvoorbeeld de onderconstructie en draadgoten bedoeld.

 

Met welke dikte en type kabel moeten deze metalen delen geaard worden?
Het liefst minimaal  4mm2 vertind koper.

 

Is het nodig aarde af te monteren op de aardrail?
Dat kan. Dit moet gebeuren op “een geschikt aardingsaansluitpunt”. Wat een geschikt punt is, is niet gegeven. Er kan dus worden gedacht aan de HAR (hoofdaardrail), een los aardblokje bij de omvormer* (welke weer verbonden is met de hoofdaardrail), aardrail in PV-verdeler, etc.

*Let op: een aardpunt op de omvormer is hier in principe niet voor bedoeld. Vraag toestemming aan de leverancier van de omvormer , als je voor deze optie wilt kiezen.

 

Is het noodzakelijk dat er een externe DC-schakelaar geplaatst wordt of is het ook mogelijk om een interne (af fabriek) DC-schakelaar te gebruiken?
Ten eerste is het belangrijk om te weten wat hiermee wordt bedoeld. Een (werk)schakelaar (=stroom verbreken) is iets anders dan een lastscheider (= stroom verbreken & spanningsloos maken). Aan de DC-zijde moet er een lastscheider worden geplaatst. Deze mag in de omvormer zijn ingebouwd. Let wel op dat een ingebouwde DC-switch ook daadwerkelijk een lastscheider is.

 

Is een installatieautomaat die de Fase en Nul schakelt voldoende, of moet er een AC schakelaar geplaatst worden. Zo ja, waar moet deze geplaatst worden?
AC-zijdig moet er gescheiden kunnen worden (=spanningsloos maken). Dat betekent dat alle actieve geleiders, dus fase(n) en nul moeten kunnen worden verbroken. Deze scheider moet goed bereikbaar zijn voor noodsituaties, onderhoud en inspectie. Op zich voldoet een automaat, die alle actieve geleiders scheidt, als (last)scheider.

 

Op welke manier kan de dikte van de kabel berekend worden zodat er voldaan wordt aan de kortsluitstroom- en 1% spanningsverlieseis van de fabrikanten?
Veel leveranciers van kabels hebben hier rekentools voor ontwikkeld. Een volledige kabelberekening kan niet in een paar zinnen worden uitgelegd. Mijn advies is hier dan ook om de training te volgen.

 

Mag ik terugleveren op een bestaande (AC) groep en hoe kan ik uitrekenen hoeveel dit is?
Ieder zonnesysteem moet een eigen eindgroep hebben. Het gebruik van PV-verdelers is dus wel toegestaan; de groep in de groepenkast wordt namelijk een distributiegroep.  In de PV-verdeler zitten dan alleen eindgroepen.

 

Waar moet een opleverdocument aan voldoen en wat moet er gemeten worden?
Een opleverdocument:

  • Beschrijft de resultaten van een visuele controle
  • Bevat alle DC-metingen (open klemspanning, kortsluitstroom, instraling, celtemperatuur, isolatieweerstand en Rpe)
  • Bevat alle AC-metingen (spanningen L-L / L-N / L-PE / N-PE), frequentie en isolatieweerstand)
  • Heeft diverse bijlagen naar gelang de grootte en complexiteit van de installatie met minimaal:
    • aangepast groepen overzicht
    • eendraadschema
    • handleidingen
    • procedure voor noodsituaties

 

Mag een omvormer met een maximaal uitgangsvermogen van 2.25A zonder aparte groep worden aangesloten?
Nee, dit is gebaseerd op een verwijzing van NEN 1010:2007 naar de ingetrokken NTA 8493. NEN 1010:2015 + C2:2016 vereist een aparte groep voor ieder PV-systeem. Er leek in NEN 1010:2015 een bepaling te staan dat dit onder bepaalde omstandigheden toch zou mogen. Echter, is deze bepaling in C1:2016 (en dus ook in C2:2016) niet overgenomen.

 

Hoe moet de PV groep in de meterkast gelabeld worden? En bij de omvormer?
Er moeten labels en waarschuwingen worden aangebracht. Kort gezegd moeten eigenlijk alle componenten gelabeld worden en moet er DC-zijdig waarschuwingen komen, dat er ook bij afgeschakelde systemen DC-spanningen aanwezig (kunnen) zijn.

 

Moet een installatieautomaat voldoen aan selectiviteit?
In de laatste paar versies van NEN 1010, staat onder het kopje ‘selectiviteit bij overstroombeveiliging’: In bewerking. De Netcode Elektriciteit vereist wel absolute selectiviteit tussen de hoofdbeveiliging (van de netbeheerder) en de eerstvolgende overstroombeveiliging daarna. In praktijk betekent dit: hou 1,6xIn aan.

 

In welke situatie moet er gebruik worden gemaakt van een aardlekautomaat?
Als de omvormer niet tegen DC-lekstromen beschermt, moet er een aardlekschakelaar type B worden geplaatst. Als de omvormer wel tegen DC-lekstromen beschermt, moet er bij een te hoge circuitimpedantie of bij het gebruik van stopcontacten een aardlekschakelaar type A worden geplaatst. De aanspreekstroom van de te gebruiken aardlekschakelaar moet gebaseerd zijn op de voorschriften van de omvormerfabrikant.

 

Is de NEN een norm of een eis?
NEN 1010 is een norm. Versie NEN 1010:2007 (met diverse aanvullingen en correcties) is via Woningwet en Bouwbesluit wettelijk verplicht. In de aanwijzing (lees: de wettelijke verplichting) zijn een reeks onderdelen uitgesloten. Het merendeel is namelijk al elders in wet- en regelgeving vastgelegd. Naar alle waarschijnlijkheid wordt NEN 1010:2015 met correcties per 1 januari 2017 aangewezen.

 

Wanneer en welke Overspanning beveiliging moet er toegepast worden?
NEN 1010:2015 hanteert diverse risico-analyses om te bepalen of er wel/geen overspanningsbeveiligingen nodig zijn. In de meeste gevallen is dit alleen nodig bij gebouwen die van maatschappelijk of groot financieel belang zijn. Denk aan ziekenhuizen, datacentra, stations, (grote) industrie, etc. In praktijk zullen de opdrachtgevers bij deze installaties er zelf om vragen, al dan niet om te voldoen aan de eisen van de verzekeraar.

 

Meeste omvormers hebben klasse 2 op de DC en klasse 3 op de AC is dit voldoende?
Als er overspanningsbeveiligingen nodig zijn, moeten deze op vier punten worden aangesloten:

  • DC-zijdig bij de panelen;
  • DC-zijdig bij (of in) de omvormer;
  • AC-zijdig bij (of in) de omvormer;
  • AC-zijdig aan het begin van de installatie.

Welke types gebruikt moeten worden, hangt af van de omstandigheden. Is er bijvoorbeeld een bliksemafleidingsinstallatie aanwezig? En zo ja, hoe dicht bij de panelen?
Ik raad aan om advies te vragen aan een expert op het gebied van bliksembeveiliging, als er SPD’s moeten worden toegepast of als er reeds bliksembeveiliging aanwezig is.

< Vorige Interview over de nieuwe NEN 1010 Volgende >

Online bestellen? Lees hier meer.

Hoe kan ik bestellen? Ik heb al een account
WhatsApp
Downloads